BCG
Bacillus Calmette-Guérin
Immunotherapie die in de blaas wordt ingebracht bij oppervlakkige blaaskanker.
BPH
Benigne prostaathyperplasie
Goedaardige vergroting van de prostaatklier die leidt tot mictieproblemen.
CIC
Schoon intermitterend katheteriseren
Techniek waarbij de blaas periodiek wordt geleegd met een katheter.
Onderzoek van endeldarm en prostaat met de vinger; Engels: digital rectal examination.
Aanhoudend onvermogen om een erectie te krijgen of te behouden; Engels: erectile dysfunction.
ESWL
Extracorporele schokgolflithotripsie
Niet-invasieve behandeling van nierstenen met behulp van schokgolven van buiten het lichaam.
GFR
Glomerulaire filtratiesnelheid
Maat voor de nierfunctie; geeft aan hoeveel bloed per minuut door de nieren wordt gefilterd.
LUTS
Lagere urinewegsymptomen
Plasklachten zoals vaak plassen, aandrang en een zwakke straal; Engels: lower urinary tract symptoms.
Overactive Bladder. Syndroom van urgentie, frequentie en nycturie, al dan niet met incontinentie.
PSA
Prostaatspecifiek antigeen
Eiwit geproduceerd door de prostaat. Verhoogde waarde kan wijzen op prostaatcarcinoom.
Hormoon dat de calciumspiegel reguleert; relevant bij niersteenlijden.
Meest voorkomende vorm van nierkanker bij volwassenen.
SPC
Suprapubische catheter
Katheter die via de buikwand direct in de blaas wordt ingebracht.
SUI
Stressurineïncontinentie
Ongewenst urineverlies bij verhoging van de buikdruk, zoals hoesten, niezen of sporten.
TURP
Transurethrale resectie prostaat
Operatieve verwijdering van prostaatweefsel via de plasbuis om urinestroomobstructie op te heffen.
TVT
Tension-free vaginale tape
Minimaal-invasieve ingreep voor stressincontinentie bij vrouwen.
Endoscopisch onderzoek van de urineleider, vaak bij nierstenen.
Infectie van de urinewegen, veroorzaakt door bacteriën, schimmels of virussen.
VUR
Vesico-ureterale reflux
Terugstroom van urine vanuit de blaas naar de urineleiders of nieren.