Home Specialismen Afkorting voorstellen
← Specialismen

Chirurgie

45 afkortingen

Afkortingen rondom operatieve ingrepen, anesthesie en perioperatieve zorg.

Anesthesie & perioperatief 32 Chirurgie - algemeen 13

Anesthesie & perioperatief

ASA ASA-classificatie
American Society of Anesthesiologists risicoclassificatie. Schaal I-VI voor het peroperatieve risico van een patiënt.
BIS Bispectrale index
Meting van de hersenactiviteit om de diepte van de narcose te bewaken (schaal 0-100).
CABG Coronaire bypassoperatie
Operatie waarbij nieuwe bloedvaten worden aangelegd om verstopte kransslagaderen te omzeilen.
CAM-ICU Confusion Assessment Method for the ICU
Meetinstrument om een delier bij intensive care-patiënten vast te stellen.
CVC Centraal veneuze catheter
Infuus in een grote ader bij hals, borst of lies, voor medicatie en drukmeting.
EPI Epidurale anesthesie
Verdoving via een katheter in de epidurale ruimte van de wervelkolom.
ERAS Enhanced Recovery After Surgery
Zorgprogramma gericht op sneller herstel na een operatie, met o.a. vroeg eten en mobiliseren.
etCO2 Eindexpiratoir koolzuurgehalte
Gemeten CO2 aan het einde van de uitademing (capnografie); controleert beademing en circulatie.
ETT Endotracheale tube
Beademingsbuis die via de mond in de luchtpijp wordt geplaatst.
GA Algehele anesthesie
General Anaesthesia. Narcose waarbij de patiënt volledig bewusteloos is.
LA Lokale anesthesie
Plaatselijke verdoving van een klein gebied, waarbij de patiënt wakker blijft.
LMA Larynxmasker
Luchtwegmasker dat in de keel wordt geplaatst voor beademing tijdens narcose.
MAC Minimale alveolaire concentratie
Maat voor de potentie van inhalatieanesthetica. De concentratie waarbij 50% van de patiënten geen reactie toont op chirurgische stimulus.
NIBP Niet-invasieve bloeddrukmeting
Bloeddrukmeting via een manchet om de arm, zonder slagaderlijke katheter.
NMB Neuromusculaire blokkade
Tijdelijke spierverslapping met medicatie, nodig voor beademing en operaties.
NPO Nuchter
Nil Per Os. Verbod op eten en drinken voor een operatie of ingreep.
NRS Numerieke pijnschaal
Pijnscore waarbij de patiënt een cijfer van 0 tot 10 geeft (numeric rating scale).
PACU Post anesthesia care unit
Verkoeverkamer: afdeling waar de patiënt direct na de operatie bewaakt bijkomt uit de narcose.
PCA Patiëntgecontroleerde pijnstilling
Pijnpomp waarmee de patiënt zelf een veilige dosis pijnstilling kan toedienen (patient controlled analgesia).
PCEA Patiëntgecontroleerde epidurale pijnstilling
Zelf te bedienen pijnpomp via een epidurale katheter.
PDK Peridurale katheter
Dun slangetje in de epidurale ruimte voor langdurige pijnstilling, o.a. bij bevallingen en buikoperaties.
PDPH Postdurale punctiehoofdpijn
Hoofdpijn die kan ontstaan na een ruggenprik, verergerend bij rechtop zitten of staan.
PONV Postoperatieve misselijkheid en braken
Veelvoorkomende bijwerking na narcose (postoperative nausea and vomiting).
POS Preoperatieve screening
Spreekuur waarin de anesthesioloog vooraf de conditie en risico's van de patiënt beoordeelt.
RASS Richmond Agitation-Sedation Scale
Schaal van -5 (niet wekbaar) tot +4 (strijdlustig) om de mate van sedatie te scoren.
SA Spinale anesthesie
Ruggenprik waarbij verdoving in de ruggenmergholte wordt gespoten voor operaties aan onderlichaam of benen.
SSI Postoperatieve wondinfectie
Infectie van het operatiegebied (surgical site infection).
TAP Transversus abdominis plane-blok
Zenuwblokkade van de buikwand voor pijnstilling na buikoperaties.
TCI Target controlled infusion
Computergestuurde toediening van narcosemiddelen op een vooraf ingestelde bloedspiegel.
TIVA Totale intraveneuze anesthesie
Narcose die volledig met medicijnen via het infuus wordt gegeven, zonder narcosegassen.
TOF Train-of-four
Zenuwstimulatietest die meet hoever de spierverslapping is uitgewerkt.
VAS Visueel analoge schaal
Pijnscore waarbij de patiënt de pijn aangeeft op een lijn van 0 (geen pijn) tot 10 (ergst denkbare pijn).

Chirurgie - algemeen

AAA Abdominaal aortaaneurysma
Uitstulping van de aorta ter hoogte van de buik.
APR Abdominoperineale resectie
Operatie waarbij het rectum en de anus worden verwijderd bij rectumkanker.
DVT Diepe veneuze trombose
Bloedstolsel in een diepe ader, meestal in het been.
EGD Oesofagogastroduodenoscopie
Kijkonderzoek van slokdarm, maag en twaalfvingerige darm met een flexibele scoop.
ERCP Endoscopisch retrograde cholangiopancreatografie
Gecombineerde endoscopische en röntgenprocedure voor diagnostiek en behandeling van galwegen en alvleesklier.
EUS Endoscopische echografie
Combinatie van endoscopie en echo voor beeldvorming van organen nabij het maagdarmkanaal.
IBD Inflammatoire darmziekte
Overkoepelende term voor de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.
ICU Intensive Care Unit
Afdeling voor intensieve bewaking en behandeling van ernstig zieke patiënten.
LAP Laparoscopie
Kijkoperatie via kleine incisies in de buikwand, met een camera en instrumenten.
LND Lymfeklierdissectie
Chirurgische verwijdering van lymfeklieren, vaak bij kankerbehandelingen.
OK Operatiekamer
Ruimte ingericht voor het uitvoeren van operatieve ingrepen onder steriele omstandigheden.
TAH Totale abdominale hysterectomie
Operatieve verwijdering van de baarmoeder via een buiksnede.
VATS Video-geassisteerde thoracoscopische chirurgie
Minimaal-invasieve kijkoperatie in de borstholte.