Medicijnen tegen bacteriële infecties.
ACE
Angiotensine-converterend enzym (remmer)
Bloeddrukverlagende medicijnen zoals enalapril en lisinopril.
Voor de nacht (innamemoment van medicatie).
ASA
Acetylsalicylzuur (aspirine)
Plaatjesremmer ter voorkoming van hart- en vaatziekten.
ATC
Anatomisch Therapeutisch Chemische classificatie
Internationaal systeem dat geneesmiddelen indeelt naar orgaan en werkingsmechanisme.
DAPT
Duale antiplaatjestherapie
Combinatie van twee plaatjesremmers, vaak na een stent of hartinfarct.
DOAC
Direct werkende orale anticoagulantia
Moderne bloedverdunners zoals apixaban en rivaroxaban.
GHB
Gamma-hydroxyboterzuur
Verdovend middel; zowel geneesmiddel als partydrug met sterk verslavend risico.
Toediening van medicatie in een spier.
Toediening van medicatie direct in een ader.
LMWH
Laagmoleculairgewicht heparine
Bloedverdunner die via injectie wordt toegediend, zoals fraxiparine.
Werkzame stof in xtc; een stimulerende en empathogene partydrug.
NOAC
Non-vitamine-K orale anticoagulantia
Nieuwere bloedverdunners die niet op vitamine K aangrijpen; ook DOAC genoemd.
NSAID
Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug
Ontstekingsremmende pijnstillers zoals ibuprofen, diclofenac en naproxen.
Meest gebruikte pijnstiller en koortsverlager.
Toediening van medicatie via de mond.
Maagzuurremmers zoals omeprazol en pantoprazol.
Toediening van medicatie onder de huid.
Toediening van medicatie onder de tong.
SSRI
Selectieve serotonineheropnameremmer
Antidepressiva zoals sertraline, citalopram en fluoxetine.
SUPP
Suppositorium (zetpil)
Medicatie die rectaal wordt toegediend.
Werkzame, psychoactieve stof in cannabis.
VKA
Vitamine K-antagonist
Klassieke bloedverdunners zoals acenocoumarol; vereist trombosedienst-controle.