Home Specialismen Afkorting voorstellen
← Specialismen

Hematologie

31 afkortingen

Afkortingen rondom bloedziekten, leukemie, lymfomen en stollingsstoornissen.

Hematologie - algemeen

ALL Acute lymfatische leukemie
Acute bloedkanker van de lymfatische cellen; meest voorkomende kinderleukemie.
AML Acute myeloïde leukemie
Acute bloedkanker van de myeloïde cellen, vooral bij volwassenen.
APTT Geactiveerde partiële tromboplastinetijd
Stollingstest, o.a. voor het bewaken van heparinebehandeling.
CLL Chronische lymfatische leukemie
Langzaam verlopende bloedkanker, meest voorkomende leukemie bij ouderen.
CML Chronische myeloïde leukemie
Chronische bloedkanker, goed behandelbaar met doelgerichte medicatie.
DIC Diffuse intravasale stolling
Levensbedreigende ontregeling waarbij stolling en bloeding tegelijk optreden.
EPO Erytropoëtine
Hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert; ook als medicijn.
FFP Fresh frozen plasma
Vers ingevroren bloedplasma, toegediend bij stollingsproblemen.
FL Folliculair lymfoom
Langzaam groeiende vorm van non-hodgkinlymfoom.
G-CSF Granulocyte colony-stimulating factor
Groeifactor die de aanmaak van witte bloedcellen stimuleert, o.a. na chemotherapie.
GVHD Graft-versus-hostziekte
Complicatie na donorstamceltransplantatie waarbij donorcellen het lichaam aanvallen.
HbF Foetaal hemoglobine
Hemoglobinevorm van de ongeborene; kan verhoogd zijn bij bepaalde bloedziekten.
HbP Hemoglobinopathie
Erfelijke afwijkingen van het hemoglobine, zoals sikkelcelziekte en thalassemie.
HCT Hematocriet
Aandeel van de rode bloedcellen in het totale bloedvolume.
HL Hodgkinlymfoom
Lymfeklierkanker met kenmerkende Reed-Sternbergcellen; goed behandelbaar.
HLA Humaan leukocytenantigeen
Weefselkenmerken die bepalend zijn voor afstoting bij transplantatie.
HLH Hemofagocytaire lymfohistiocytose
Zeldzame, levensbedreigende overreactie van het afweersysteem.
INR International normalised ratio
Gestandaardiseerde maat voor de stollingstijd; gebruikt bij de instelling van bloedverdunners.
ITP Immuungemedieerde trombocytopenie
Auto-immuunaandoening waarbij bloedplaatjes worden afgebroken; verhoogde bloedingsneiging.
MDS Myelodysplastisch syndroom
Beenmergaandoening met verstoorde aanmaak van bloedcellen; kan overgaan in AML.
MGUS Monoclonal gammopathy of undetermined significance
Goedaardige eiwitafwijking in het bloed die jaarlijks gecontroleerd wordt.
MM Multipel myeloom
Kanker van de plasmacellen in het beenmerg; ook wel de ziekte van Kahler.
NHL Non-hodgkinlymfoom
Verzamelnaam voor lymfeklierkankers die geen hodgkinlymfoom zijn.
PBSC Perifere bloedstamcellen
Stamcellen geoogst uit het bloed voor transplantatie.
PC Packed cells
Zakje rode bloedcellen voor transfusie.
SCD Sikkelcelziekte
Erfelijke bloedziekte met sikkelvormige rode bloedcellen en pijnlijke crises; Engels: sickle cell disease.
SCT Stamceltransplantatie
Transplantatie van bloedstamcellen, autoloog (eigen) of allogeen (donor).
SCZ Sikkelcelziekte
Erfelijke bloedziekte met misvormde rode bloedcellen en pijnlijke crises.
TMA Trombotische microangiopathie
Verzamelnaam voor aandoeningen met stolseltjes in de kleine bloedvaten.
TTP Trombotische trombocytopenische purpura
Zeldzame, spoedeisende stollingsziekte met stolseltjes in kleine bloedvaten.
vWD Ziekte van Von Willebrand
Meest voorkomende erfelijke stollingsstoornis.