Functie van een ICD of pacemaker waarbij door korte
pulsjes in de rechter kamer of boezem een ventriculaire of atriale tachycardie kan
worden beëindigd. Bij een ventriculaire tachycardie (VT) kan het circuit van de VT op deze wijze door de ICD onderbroken worden. Een ICD wordt meestal dusdanig geprogrammeerd dat bij een hemodynamisch stabiele VT er een programma
van verschillende vormen ATP wordt afgegeven. Het voordeel is dat de patiënt
hier meestal niets van voelt en de VT meestal succesvol wordt beëindigd. Er hoeft
dan geen shock te worden afgegeven. Pacemakers beschikken soms over de
mogelijkheid van atriale ATP. Dit kan behulpzaam zijn bij het beëindigen van
een atriale tachycardie of atriumflutter
Categorie: hart- en longziekten
💡
Ontbreekt er een betekenis?
Stel een aanvulling voor — de beheerder beoordeelt je suggestie.